Menno 08/08/1963 – 09/10/2006
Lang gestreden moe gevochten. Het heeft niet zo mogen zijn. Menno is aan zijn laatste reis begonnen………………Menno heeft gekozen om er niet meer te zijn.
Rotterdam, Vrijdag 14 Oktober 2006
Mijn mond staat stil
Maar dat wil niet zeggen dat ik eigenlijk niets zeggen wil.
Mijn hart schreeuwt luid, maar om de een of andere reden komt er niets uit.
Kon ik maar in stilte mijn gevoel verwoorden zodat jij mijn medeleven onuitgesproken kon horen.
Lieve Menno,……… mijn kleine, grote broer,
Nu jij gekozen hebt om aan je laatste reis te beginnen wil ik graag proberen te vertellen wat jij voor mij hebt betekend.
Jij bent altijd mijn grote broer geweest. Zelfs toen ik nog niet kon lopen was je vastberaden om mij de wereld te laten zien, te beginnen met het huis aan de Thamerdijk in IJsselmonde. Je sleurde me van kamer naar kamer. Op vakanties was jij degene die de eerste verkenning deed om dat vervolgens aan mij te vertellen. Ik weet nog tijdens een vakantie in Joegoslavië, terwijl je in de zee aan het zwemmen was, je op een bed met zeeëgels stuitte. Vol trots liet je de vers opgedoken zeeëgels zien. Ik wilde ook graag met je mee zwemmen maar daar was ik nog te jong voor. Dus wat deed jij, je ging voor mij zeeëgels halen. En niet één maar wel een stuk of tien.
Als een grote broer waakte je over mij. Wanneer ik weer n’s een astma-aanval had ging je wel n’s naast mij zitten, je wist dat je niets kon doen maar door juist dat te doen hielp je mij enorm. Zelfs wanneer ik weer n’s rottigheid had uitgehaald kon je mij bestraffend toe spreken en vertellen dat dit niet goed was en dat ik dat vooral niet nog n’s moest doen. Ik heb het je misschien nooit zo verteld maar jij hebt voor mij, naast de rol van grote broer, een echte vader-rol aangenomen. Tot op zekere hoogte heb je mij zelfs opgevoed. Als ik aankwam met pakjes gestolen "half zware van Nelle", dan wilde je dit niet van mij aannemen omdat dit gestolen was. Terwijl je zelf net kon rondkomen en de sigaretten toen ook al niet goedkoop waren.
Pas toen je het huis verlaten had en in het opvangcentrum (s.j.o.r.) zat begon onze relatie een andere vorm aan te nemen. Toen pas realiseerde ik mij dat ook jij worstelde met de situatie die thuis was ontstaan. Ik vond het heel erg dat je niet meer thuis was. Maar tegelijkertijd was het prettig te ontdekken dat je het naar je zin had en dat andere mensen graag advies van je wilde hebben. Toen je vervolgens op kamers ging wonen in de van Spykstraat was ik trots & dankbaar dat jij de weg voor mij ge-effend had. Ik mocht zo het bed in waar jij de nacht ervoor had geslapen. Nog zonder dat de lakens verschoond waren.
Het was goed te zien dat je opbloeide op het moment dat je je huisje kreeg aan de sterrenburgstraat in Spykenisse. Hoewel het een klein appartementje was twijfelde je geen moment om aan mij te vragen om bij je te komen wonen. En toen ik zei dat je dat niet hoefde te doen reageerde je meteen op een typische Menno manier; Je bent toch mijn broertje. En daarmee was de kous af, ik moest bij m’n broer komen wonen.
De jaren die erop volgde beschouw ik nog steeds als een van de meest warme en prettigste uit mijn leven. Het is goed om te weten dat Menno ook hele fijne perioden in z’n leven heeft gekend. De avonden dat we met z’n allen gingen stappen. De vakanties die we samen hebben gedeeld met de rest van de jongens. Je kon maar niet over uitgepraat raken over de vakantie naar Mallorca. Dan hadden we ook nog de vakantie met de Camper. We moesten en zouden een grote Amerikaanse bak hebben. Nou dat hebben we geweten. Het begon al goed met een verloren wieldop ergens in de buurt van Luxemburg. Na een lange race over de route de solei waren we eindelijk in Spanje aangekomen. Toen we een camping wilden oprijden werden we, voor ons onbekende redenen, geweigerd. Pas toen we met z’n allen uit de Camper waren gestapt bleek waarom zij ons niet wilden hebben. Bij het oprijden van de heuvel naar de ingang van de camping was een stuk van de afvoerpijp van het toilet losgeraakt waardoor we de bijna de hele inhoud van de septische tank waren verloren op de oprit. Het rook alsof we midden in een rioolzuiveringsinstallatie geparkeerd stonden. En wie twijfelde geen moment om het vieze karweitje te gaan repareren,…..inderdaad Menno.
Zo kan ik mij ook een keer herinneren dat je een afspraakje had. Je zei dat ik echt het huis uit moest want er zou een meisje langskomen die je erg leuk vond. Dat je later met datzelfde meisje zou trouwen konden we toen nog niet weten. Het was goed je zo gelukkig te zien op je trouwdag. Vol trots en genegenheid vertelde over je huwelijksreis. De jaren die erop volgde waren gelukkig en vol van liefde.
Ik ben altijd al erg trots geweest dat Menno mijn broer was. Toen ik trouwde in New York was ik ape-trots dat mijn broer voor een groep van zo’n 150, voor hem onbekende mensen, een speech hield, én in het Engels én vlekkeloos. Daar was Menno ook erg goed in, regelen, organiseren en zorgen dat alles goed en gladjes verliep.
Menno heeft mij de gelegenheid gegeven om helemaal mezelf te kunnen zijn. En achteraf gezien heb ik nog wel eens het idee dat hij zich meer dan eens wegcijferde om mijn geluk niet in de weg te staan. Dit was kenmerkend voor Menno. Hij stond open voor iedereen en gaf alles aan een ander, zolang hij zelf maar niemand tot last was.
In de laatste jaren is het voor iedereen duidelijk geworden dat jij het heel zwaar had. Je ging van behandelaar naar psychiater, van inrichting naar kliniek en van opvanghuis naar rustoord. Altijd weer met een nieuwe lading pillen en weer een andere therapie. Hoopvol was je soms wel maar de stemmen en herrie in je hoofd wilden van geen wijken weten. Daarom ben ik blij dat je toch een paar mensen hebt gevonden waarbij jij je thuis kon voelen. En waar je je emoties kon laten gaan. Ik ben hen dankbaar dat zij er voor jou hebben kunnen zijn. Want ik weet hoe moeilijk jij sprak over de zaken van het hart.
Lieve Menno, ik respecteer je beslissing en zal altijd aan je blijven denken. Jij zal altijd mijn grote broer blijven. En ook jij bent de enige, van wie ik mijn hele leven, erg veel gehouden heb. Ik hoop dat jij dit ook beseft hebt.
Lieve Menno, Ik begeleid je nu naar je laatste rustplaats. Ik hoop vanuit het diepste van mijn hart dat je de rust gevonden hebt waarnaar je zolang op zoek bent geweest.
Slaap zacht mijn lieve broer.
Dag lieve Menno
